Wat geloven wij

Wij geloven, dat we een persoonlijke God hebben.

Wij geloven, dat hij zich heel speciaal heeft laten zien in Jezus Christus. Hij leefde ongeveer 2000 jaar geleden. Maar hij stond op uit de dood. Hem zien we als degene die ons met God verzoende.

Wij geloven, dat je ook vandaag contact met hem kunt hebben. Hij wijst ons de weg naar God. Hij is richtinggevend voor wat we zeggen en doen.

Christelijke feestdagen

Oorsprong

Alle kerkelijke feesten vinden hun oorsprong in de Bijbel. De christelijke feesten Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren gaan over de belangrijkste momenten in het leven van Jezus Christus: zijn geboorte, zijn sterven en zijn opstanding. En over Gods Geest die de leerlingen overkomt. (meer…)

Bijbel

Hét boek van het christendom

De bijbel is hét boek van het christendom. Het bevat twee grote onderdelen, meestal aangeduid als ‘oude testament’ en ‘nieuwe testament’. Het oude testament delen christenen met de Joden. In het nieuwe testament staan de verhalen over Jezus.

Eigenlijk is de bijbel niet één boek, maar een hele bibliotheek van boeken: 39 in het oude, 27 in het nieuwe testament. De boeken zijn door verschillende mensen geschreven over een periode van eeuwen. Toch is er een rode draad: de liefde en trouw van God voor mensen. Dat is de inspiratie van waaruit de boeken van de bijbel geschreven zijn. In de Geest van God. (meer…)

Bidden

Bidden is…

We vouwen onze handen en sluiten onze ogen, we gaan praten met God. We kunnen hardop of in stilte bidden. Alles wat we denken of zeggen hoort hij.

Bidden is vragen, bidden is soms klagen of protesteren. Bidden kan ook danken zijn, danken voor het leven, voor alles wat bestaat. Meestal bidden we met eigen woorden. Toch kan het ook voor komen dat woorden te kort schieten, dat we het niet meer weten en of woorden kunnen vinden. Dan zijn er ook voorbeeld of formulier gebeden.

Het meest beroemde gebed is het Onze Vader, het is het gebed dat Jezus leerde aan zijn leerlingen.

Wanneer…

(meer…)

Overdenking

ALLEEN VOOR BESCHUIT…..

                               WAARVOOR KOM JIJ VROEG JE BED UIT?

“Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden ….. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.”

                                                                                                                                      Marcus 1: 35-38

                 Onlangs preekte ik over het gedeelte uit Marcus dat boven deze overdenking staat. Jezus staat heel vroeg op om te bidden. Ik heb toen de vraag gesteld: waarvoor kom jij vroeg je bed uit? Dat doe je op een zwarte zaterdag om de files voor te zijn. Of om een voetbalwedstrijd te zien in een land in een andere tijdzone. Weinig mensen zullen zeggen: om te bidden net als Jezus. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik voor het gebed ook nooit vroeg ben opgestaan. Jezus doet het dus wel, omdat Hij alleen zo zicht krijgt op wat wij zouden noemen: Zijn ‘missie’. Hij zegt: “Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan”. Deze laatste woorden kun je op verschillende manieren uitleggen. Ik noem er drie.

Jezus kan bedoelen: daarvoor ben Ik op pad gegaan, nadat Ik eerst ongeveer dertig jaar tamelijk onopvallend heb geleefd. Wat Hij tijdens de eerste jaren van Zijn leven heeft gedaan, weten we niet. Er wordt verondersteld, dat Hij in de timmersmanszaak van Zijn vader Jozef heeft gewerkt. Dat zou best kunnen. Misschien is Jozef niet zo oud geworden en moest Jezus als de oudste zoon voor het gezin zorgen. Maar na Zijn doop ging Hij op pad om overal het goede nieuws te verkondigen, mensen te genezen en tekenen op te richten van het Koninkrijk.

Jezus zou ook kunnen bedoelen: daarvoor ben Ik uit de hemel naar de aarde toegekomen. Dan zou Hij dus zeggen, dat Hij vòòr dit aardse bestaan in de hemel bij God was. Maar God zond Hem naar de aarde om daar Zijn messiaanse taak uit te voeren. Ik weet niet of dit in deze tekst de bedoeling is. In het Johannesevangelie zegt Jezus dit wel, op een duidelijke manier. Hier is het volgens mij twijfelachtig. Het zou kunnen.

Tenslotte zou Jezus ook kunnen bedoelen: daarvoor ben Ik Mijn bed uitgegaan. In het stukje wordt namelijk twee keer hetzelfde werkwoord gebruikt. De ene keer vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling met “… stond Hij op …” (vers 35), de andere keer met “… op weg gegaan.” (vers 38). Maar er kan ook voor worden gekozen om het werkwoord allebei de keren op dezelfde manier te vertalen. In dat geval bedoelt Jezus te zeggen, dat Hij vroeg is opgestaan om te bidden. Tijdens dat gebed heeft Hij (weer) zicht gekregen op Zijn missie. Die was om álle mensen het evangelie te gaan brengen, niet alleen de mensen in Kapernaüm. Dààr was Hij vroeg voor opgestaan, dààr heeft Hij voor gebeden: Vader, was is precies Mijn missie?

Om te bidden hoef je niet heel vroeg op te staan. Alhoewel, in de vroege ochtend is het wel heel stil en rustig. Maar overdag bidden kan natuurlijk ook. Het kan op elk moment. Net als Jezus kun je dan ook (opnieuw) zicht krijgen op de vraag: hoe zou ik God het beste kunnen dienen? En dat is toch een vraag die iedere gelovige zich van tijd tot tijd stellen moet?

Ds. Wouter Koelewijn, Hervormd Heelsum/Renkum

(Het is het streven om elke 14 dagen een nieuwe overdenking te plaatsen.)