Het orgel vervult in Nederland sinds de helft van de 17e eeuw een belangrijke functie als begeleidingsinstrument van de gemeentezang. Het huidige orgel in onze kerk is op 9 september 1994 in gebruik genomen en is het tweede orgel in dit kerkgebouw.  

Het vorige orgel

Toen op 18 januari 1950 de kerk in gebruik werd genomen ontbrak er nog een orgel. Om de aanschaf van een orgel te kunnen verwezenlijken werd een orgelfonds gesticht. Belangrijke giften uit eigen en andere gemeenten werden aan dit fonds beschikbaar gesteld. Het orgel werd gebouwd door de fa. Pels Zn. te Alkmaar  en werd geplaatst achter de door de architect ontworpen wand boven de preekstoel met opgaande lijnen, boven de preekstoel. Het orgel werd op 23 juli 1951 in gebruik genomen. De speeltafel bevond zich op één van de galerijen naast de preekstoel.

Het huidige orgel

Het instrument van Pels functioneerde niet goed meer en gaf iedere keer storingen. Na oriëntatie bij diverse orgelmakers werd besloten een instrument bij Van Vulpen te bestellen. Deze orgelbouwer was in de omgeving niet onbekend en leverde in de jaren ’70 en ’80 veel orgels in Ede en omgeving. Een complete werklijst is te vinden op http://www.vulpen-orgel.nl/nl/instruments.

Het oude orgel werd geheel verwijderd. Een register met houten pijpen (Holquintadena 16′) is als Subbas 16 terechtgekomen in het Van Vulpen-orgel van de Cunerakerk in Rhenen (1957) ter vervanging van een Mixtuur op het pedaal.

Adviseur bij de bouw van het orgel was Jan Jongepier (1941-2011). Hij was een groot kenner van historische orgels en een bekwaam organist. Hij genoot grote bekendheid als improvisator.

Het Van Vulpen-orgel is gebouwd uitgaande van een 17e/18e eeuws klankbeeld. De klavieromvang is in tegenstelling tot orgels uit die tijd wel modern. De luiken aan de zijkant hebben een decoratief karakter en kunnen niet worden gesloten. Wel zorgen ze voor een bundeling van de klank.

Het zogenaamde hoofdwerk bevindt zich hoger in het orgel en zorgt voor de draagkracht van het orgel. Het borstwerk is bescheiden qua karakter en bevindt zich achter het snijwerk net boven de organist. De pijpen van het pedaal staan achterin de orgelkast. De prestant 8 van het pedaal is een zogenaamde transmissie. Dat betekent dat de pijpen hetzelfde zijn als die van het hoofdwerk maar dat zij ook via het pedaal apart tot klinken gebracht kunnen worden. Achter het orgel bevindt zich een spaanbalg die zorgt dat de wind van de windmotor stabiel en op de juiste druk het orgel in wordt geleid.

Het orgel is gestemd in een aangepaste Werckmeister III-stemming. Dit maakt het orgel geschikter voor uitvoering van muziek tot en met 1750. Muziek na die tijd moet soms met wat aanpassingen uitgevoerd worden. De historische stemming zorgt voor een sonore klank en kracht en maakt het orgel zeer geschikt om de gemeentezang mee te begeleiden.

Het orgel telt 1.090 pijpen. Hiervan bevinden zich er 680 in het hoofdwerk, 350 in het borstwerk en 60 op het pedaal.

Tot slot volgt de dispositie van het orgel. De afzonderlijke stemmen worden bediend met registerknoppen die naast de klavieren zijn aangebracht. Bij de Trompet zijn twee registerknoppen aangebracht zodat de baskant en discant van het klavier (de lage en de hoge tonen) apart ingeschakeld kunnen worden en er meer klankmogelijkheden zijn.

Hoofdwerk Borstwerk
Prestant 8 Gedekt 8
Cornet disc. 4 st. Octaaf 4
Roerfluit 8 Quintfluit 3
Octaaf 4 Gemshoorn 2
Spitsfluit 4 Sesquialter disc. 2 st. (vanaf a)
Octaaf 2 Dulciaan 8
Mixtuur 4 st. Tremulant
Trompet 8 b/d
Pedaal
Bourdon 16 Manuaalomvang: C t/m g
Prestant 8 tr. Pedaalomvang: C t/m f